Volgende week zijn we weer eens een kind kwijt. We hebben deze zomer al ruim twee weken doorgebracht als driepersoonshuishouden. Eerst Veerle - voor het eerst - een week op kamp: met veertien meiden in een huis en keten natuurlijk. Heerlijk heeft ze het gehad, alleen stuurden wij niet elke dag een kaartje en dat was dus niet goed! Ik was blij toen ik haar weer op mocht halen. Om half acht 's ochtends in de auto om om tien uur in Zutphen te zijn. Gekwebbel achterin de auto bij de terugreis en weer voor vier koken.

Toen ging aan het eind van deze zomer Tim anderhalve week - ook voor het eerst. Ondanks een nogal onfortuinlijke start is Tim er in ieder geval weg van. Hij moest eerst 35 km fietsen, in groepjes en geheel begeleid. Ik was zo trots dat hij dat gehaald heeft. Zaterdagavond echter werden we gebeld, of we zondag wat spullen konden langsbrengen. Tim was van de touwbrug af in een slootje gevallen en zijn kleren en schoenen zaten onder het kroos. De volgende ochtend bleek dat zijn lijdensweg nog niet helemaal voorbij was: gedurende de nacht had het gestormd en Tim lag onder het enige lek in de tent. Kleddernatte slaapzak: of die "even in de droger kon en later worden opgehaald?" Ik vroeg nog of hij wel wilde blijven, maar dat was geen probleem zeiden ze. De rest van de week konden wij gelukkig via de bijna dagelijks bijgehouden website van de scoutinggroep zelf zien dat Tim zich goed vermaakte. Na 11 dagen kregen wij hem terug, doodmoe, voor zijn doen bruin en razend enthousiast. Thuis goed weken in het bad en alle kleding (schoon en vies doorelkaar ingepakt natuurlijk) wassen en je leven is (gelukkig) weer normaal: gekibbel aan je hoofd, gestamp op de trap, zeuren bij de wc en een gezellig lijfje naast je op de bank.

En nu gaat Tim alweer. Deze keer op werkweek met groep 8. Zo word je als ouder langzaam in het kinderloze leven geherintroduceerd. Je zou toch denken dat je dat leuk vindt. Tenslotte hebben we meer jaren kinderloos doorgebracht, maar het is eigenlijk maar saai. Althans ik vind het wel rustig hoor, maar wel iets te stil. Het gebrek aan gekibbel is wel prettig, maar het overgebleven kind loopt een beetje met zijn/haar ziel onder de arm; hangt langer beneden omdat het zo ongezellig is om alleen naar bed te gaan; geniet tegelijk wel van de bijna onbelemmerde toegang tot de computer, maar mist broer/zus als er genoten moet worden behaalde "quests" of veroverde zaken. Mam en pap zijn "out of it" en begrijpen er dus niets van. Nix aan dus!

Wat dat laatste betreft hebben ze groot gelijk. Nix aan, zo'n kind weg.

(Rebecca Hamer, Samenspel, winter 2005)